Incarnatie van Liefde

Paramhansa Yogananda

Op 5 januari 1893 werd in Gorakhpur, in noordoost India, Mukunda Lal Gosh geboren. Dit vierde kind van een echtpaar van de kaste der krijgers (kshatriya) zou later over de hele wereld bekend worden als Paramhansa Yogananda.
Meer nog dan de voorspellingen bij zijn geboorte over de rol van religieus leraar die hem te wachten stond, en meer nog dan de vele verhalen over hoe bijzonder de jonge Mukunda was, geven Yogananda's eigen woorden over zijn babytijd een indicatie van het soort bewustzijn dat in zijn persoon expressie vond: "M'n eerste herinneringen betreffen de anachronistische beelden van een eerdere incarnatie. (...) Het besef niet te kunnen lopen of mijzelf vrijelijk te uiten, vervulde me met weerzin. (...) Mijn heftige emotionele leven nam de geluidloze vorm aan van woorden in vele talen. Temidden van deze innerlijke spraakverwarring raakten mijn oren geleidelijk aan gewend aan de Bengaalse klanken van de mensen om mij heen."
De weg van gefrustreerde baby tot welbespraakt spiritueel leraar legde Mukunda in India af, onder leiding van zijn guru Sri Yukteswar. In 1920 arriveerde hij, inmiddels swami Yogananda geheten, in Amerika. Alleen, en met een "onmogelijke opdracht" op zak. Toen Paramhansa ("verheven zwaan"; India's hoogste spirituele titel) Yogananda in 1952 in Los Angeles overleed, liet hij een wereldwijde organisatie na, tempels en centra, vele gedichten en liederen, meditatietechnieken en, wellicht bovenal, zijn "Autobiografie van een yogi". De missie was volbracht.
De vraag wie of wat Yogananda precies was, is onmogelijk te beantwoorden, zeker voor iemand wiens eerste herinneringen niet poëtischer zijn dan "staan in de box". Wel mogelijk is te onderzoeken wat de betekenis van zijn persoon en leer is geweest, en is, voor onze huidige tijd. Kijken we daartoe eerst naar:

De theorie

Over Yogananda's missie en de plek ervan in de wereldgeschiedenis, hebben zowel hijzelf als zijn directe discipelen geschreven en gesproken. In grote lijnen ziet het door hen geschetste beeld er als volgt uit:
In God's plan voor de mensheid was Jezus verantwoordelijk voor de spirituele onwikkeling in het Westen, en Krishna voor die in het Oosten. Omdat de christelijke kerken steeds meer veruiterlijkten, d.w.z. steeds meer nadruk legden op goede werken en steeds minder op innerlijke communicatie met God, was op een gegeven moment de tijd gekomen voor een "bundeling van krachten": Oost en West zouden elkaar moeten gaan bevruchten en aldus de mensheid een bewustzijnssprong laten maken. Jezus verzocht Krishna, die als Babaji al sinds eeuwen in de Himalaya leeft in een jeugdig blijvend lichaam, t.z.t. iemand uit India naar het Westen te sturen om daar een methode te verspreiden om innerlijk met God te communiceren. Deze meditatietechniek, Kriya Yoga geheten, was in vroeger tijden bekend aan heiligen en spirituele zoekers, maar ging verloren doordat de mensheid als geheel door een fase van materiegerichtheid ging. In de Bijbel (Paulus’ "ik sterf dagelijks") en de Bagavad Gita ("offer de in- aan de uitademing en de uit- aan de inademing") wordt naar deze techniek verwezen.
Babaji gaf, met de inwijding aan Lahiri Mahasaya in de vorige eeuw, Kriya Yoga terug aan de mensheid. Later verscheen hij aan Lahiri's discipel Yukteswar, zeggende dat hij hem iemand zou sturen die geschikt zou zijn om de techniek naar het Westen te brengen. Die iemand was Yogananda, die zijn opdracht om de fundamentele eenheid van alle religies aan te tonen en de technieken voor zelfverwerkelijking aan Westerse zoekers aan te bieden, tot een goed einde bracht. Daarmee is niet een nieuwe religie gesticht, maar wel de vorm bepaald die religie de komende eeuwen zal hebben, n.l praktisch handelen op basis van innerlijk contact met God. Op grond hiervan kan Yogananda de avatar van het zojuist begonnen tijdperk genoemd worden, zoals Jezus dat was voor het afgelopen tijdperk.
Tot zover de theorie.

Merkwaardig

Inderdaad, een niet-alledaags verhaal. Om nog maar niet te spreken van het aantal meesters, heiligen en avatars waarvan beweerd wordt dat dáármee nou juist het Aquariustijdperk begint. Van Steiner tot Sai Baba, van Meher Baba tot Krishnamurti. En hoe zit het met de Maitreya van Benjamin Creme? En Babaji, dat is toch die meester waar Kees van Kooten van gecharmeerd is en die inmiddels overleden is?
Met bij voorbaat excuses aan discipelen van meesters die, uiteraard geheel ten onrechte, niet genoemd worden in dit rijtje.
Het is duidelijk dat niet alles wat over spirituele groten beweerd wordt, tegelijk waar kan zijn. Dit besef kan aanleiding zijn voor fanatisme (en z'n jongere broertje ontgoocheling), maar het kan ook een uitnodiging vormen om een heilzame verwarring in te duiken. Immers, het antwoord op een vraag als "is lichamelijke onsterfelijkheid mogelijk ?" ligt niet op hetzelfde bewustzijnsniveau als waarop de vraag gesteld wordt.
Kijken we, met dit in ons achterhoofd, verder naar Paramhansa Yogananda en de Kriya Yoga techniek. Allereerst de

Feiten

Vast staat dat de Kriya Yoga techniek bestaat, dat deze middels inwijdingen wordt doorgegeven, en dat alle lijnen van huidige beoefenaren, als men ze terug volgt, samenkomen in de persoon van Babaji. Via Lahiri Mahasaya (1828-1895) ontving Sri Yukteswar (1855-1936) z'n inwijding. Deze laatste schreef "The Holy Science", waarin passages uit de Bijbel worden belicht vanuit de yogawetenschap. Rond 1916 deed zijn meester Yogananda de suggestie te starten met organisatorisch werk. Yogananda, die inmiddels “drs.” was geworden, stichtte daarop in 1917 een school in Ranchi. In 1920 kwam hij in Amerika aan, waar hij, met een onderbreking van een jaar, bleef tot zijn dood. Daarmee was hij de eerste Indiër die er lange tijd leefde en onderricht gaf.
De eerste jaren reisde Yogananda door het hele land, lezingen gevend in afgeladen theaters en concertzalen, en lessen aan kleinere groepen geïnteresseerden. Zijn wetenschappelijke benadering van religie sprak de Amerikanen zeer aan. (Hij introduceerde b.v. niet alleen het gebruik van affirmaties; hij legde ook uit hoe ze werkten.) De reacties van pers en publiek waren een mengeling van verbazing en respect. President Wilson ontving hem op het Witte Huis. In het algemeen was er, ondanks Yogananda's oranje kleding en lange haar, minder sprake van weerstand tegen zijn persoon dan Oosterse (al dan niet vermeende) meesters heden ten dage ten deel valt. Na het stichten van Self Realization Fellowship (SRF) en het opzetten van het hoofdkwartier ervan in Los Angeles, richtte Yogananda zich meer op het trainen van discipelen en het schrijven van artikelen en boeken. Zijn "Autobiografie van een yogi" kwam uit in 1946 en is nog steeds een van 's werelds bekendste en meest verkochte boeken over spiritualiteit.
Op 7 maart 1952 zakte Yogananda in Los Angeles na het uitspreken van een rede op het podium levenloos in elkaar. Volgens artsen a.g.v. een hartaanval, volgens discipelen had hij bewust zijn lichaam verlaten.
Feit is dat Yogananda, op dat moment goed gezond, in de dagen voor zijn dood vele toespelingen maakte op zijn naderende einde. Daya Mata, een van zijn naaste medewerkers, vertelt dat zij wist dat zijn lange, liefdevolle blik op een groepje discipelen toen hij de lift instapte om naar de zaal te gaan, een afscheidsgroet was. Vast staat ook (de directeur van het mortuarium liet zijn bevindingen en zijn verbijstering notarieel vastleggen) dat zijn lichaam in de drie weken die verliepen voor het in een muur werd bijgezet, geen spoor van bederf vertoonde.

Kleur

Feiten zijn over het algemeen niet het meest inspirerende deel van een levensbeschrijving. De persoon van Yogananda krijgt pas kleur door te luisteren naar de ervaringen van degenen die hem meemaakten, en betekenis door te kijken naar het effect dat hij op langere termijn op mensen heeft gehad of nog heeft.

Als door de opsomming van feiten een beeld van Yogananda zou zijn ontstaan van een intelligente, beschaafde man met een hang naar het rationele, zou dat begrijpelijk maar zeer ten onrechte zijn: Yogananda's woorden en daden werden op de eerste en laatste plaats ingegeven door zijn allesoverheersende liefde voor God, en voor de mensheid als uitdrukking van God. "Ontwikkel devotie", zei hij voortdurend tot zijn leerlingen. Iemand die hem eens benaderde met ingewikkelde vragen over heilige teksten, kreeg steeds "hou van God" als antwoord. Premavatar, "Incarnatie van liefde", werd hij na z'n dood genoemd door wie hem gekend hadden.
In de vele chants die hij componeerde, is Yogananda's devotionele natuur duidelijk voelbaar. "Chanten is het halve werk", hield hij z'n discipelen voor. De drieduizend mensen die op een avond in 1926 Carnegie Hall bevolkten, ervaarden dat zeker zo. Yogananda zette "O God beautiful" in, een 16e eeuws Indiaas lied dat hij vertaald had, en verzocht het publiek mee te zingen. Van tevoren was hem verzekerd dat dit een flop zou worden omdat men volkomen vreemd zou staan tegenover dit soort uitheemse melodieën. De Amerikanen zongen de chant echter in hun nette pak anderhalf uur lang in extase met de jonge yogi mee. Voor velen was het een beslissend moment van transformatie.
Alle direkte discipelen van Yogananda getuig(d)en van zijn bijzondere vermogens. Hij was voortdurend op de hoogte van alles wat zich in hen afspeelde en van wat ze deden. "Ik leef in zoveel lichamen", zei hij eens, "het is soms moeilijk om te onthouden welk ervan ik moet bewegen". En bij een andere gelegenheid, in gesprek met een discipel: "Ik ken elke gedachte die door je heengaat".
Deze helderziendheid of alwetendheid stelde hem in staat z'n leerlingen met een blik of een terloopse opmerking te begeleiden, terecht te wijzen of te beschermen.

Yogananda zelf sprak alleen over zijn vermogens als dat functioneel was in zijn onderricht. "Wonderen" waren alleen interessant voor zover ze een mens dichter tot God konden brengen of van Haar (Yogananda sprak vaak over God als moeder) liefde konden overtuigen. De "Autobiografie van een yogi" staat vol verhalen over wonderen waar Yogananda zelf getuige van was of uit de eerste hand van hoorde.
Talloos zijn de getuigenissen van directe en latere discipelen over zijn voortdurende bescherming: genezingen, visioenen en fysieke verschijningen met waarschuwingen of raad, mutatie van materie, voorkomen auto-ongelukken, weer tot leven gebrachte overledenen.
Op de auto's na een bekend rijtje voor bijbellezers.
Zoals foto's enigszins zichtbaar maken, was Yogananda een mens waarin mannelijke en vrouwelijke kwaliteiten in balans waren. Intuïtie en verstand, zachtmoedigheid en wilskracht vormden een harmonische eenheid. Twee anecdotes ter illustratie:

Eens vroeg een discipel die een scheve schaats had gereden ongerust "Maar u vergeeft me toch wel hè ?" "Natuurlijk", antwoordde Yogananda bijna verbaasd, "wat kan ik anders doen ?"
Tijdens WO 2 maakten wettelijke restricties het onmogelijk om een kerk te bouwen. Toch was het God's wens dat er een SRF tempel in Hollywood zou komen, aldus Yogananda. Niet voor één gat te vangen, kocht hij ergens een bouwvallige kerk, liet hem in z'n geheel verplaatsen, en na een "kleine verbouwing" had (en heeft) Hollywood een van z'n mooiste openbare gebouwen.
De eigenschappen die hem wellicht het meest bemind maakten bij zijn tijdgenoten waren Yogananda's eenvoud en humor. Met name dat laatste moet in de tijd en het land waarin religie als een Zeer Ernstige Aangelegenheid werd beschouwd, een verademing geweest zijn. Een voorval waarin Yogananda's kracht, eenvoud en humor naar voren komen, staat beschreven in "The path", Kriyananda's autobiografie. Yogananda, die niet groot, maar stevig gebouwd en oersterk was, vertelt:
"Op een avond bezocht ik een park in Chicago. Het was tijdens de recessie, en Chicago was, zoals jullie weten, berucht om zijn gangsters. Een agent hield me tegen en waarschuwde me dat het niet veilig was in het donker. "Zelfs wij zijn bang om er heen te gaan", zei hij.
Welnu, ik liep toch het park in en maakte het me gemakkelijk op een bankje. Na een tijdje hield een ruig uitziende man, veel groter dan ik, voor mij stil.
"Geef me een dubbeltje", snauwde hij.
Ik haalde een dubbeltje uit m'n zak en gaf het hem.
"Geef me een kwartje". Ik gaf hem een kwartje.
"Geef me vijftig cent." Ik gaf hem vijftig cent.
"Geef me een dollar."
Tegen deze tijd zag ik dat de zaak niet uit het slop zou komen. In het bewustzijn van God's kracht sprong ik op en schreeuwde: "HOEPEL OP!!!"
De man begon te trillen als een rietje.
"Ik hoef je geld niet", stamelde hij, en ging er als een haas vandoor. Ik ging weer rustig zitten en genoot van de opkomende maan. Later, toen ik het park verliet, zag dezelfde agent me en vroeg "Wat heeft u tegen die man gezegd? Ik durfde niet tussenbeide te komen; hij is een gevaarlijk figuur."
"O" antwoordde ik, "we hebben het op een accoordje gegooid."

Respect

Yogananda's onmiskenbare oprechtheid, intelligentie en liefde, plaatsen menig lezer van de Autobiografie voor een probleem. Immers, voor waar houden wat hij schrijft, zou vergaande consequenties voor het eigen leven kunnen hebben. De mening echter dat e.e.a. op fantasie berust of sterk overdreven wordt weergegeven, zou betekenen dat de schrijver een goedgelovige sufferd dan wel een onoprechte slimmerik was.
Het dilemma is niet nieuw en speelt niet alleen in het geval van Yogananda. Wel zal het dilemma, of positiever gesteld, de uitdaging zelden zo groot zijn geweest. Hier was iemand die met wetenschappers en politici discussieerde, een praktische instelling had, en wars was van dogmatisme, fanatisme of zweverigheid. Iemand die stelde dat religie de mens op zowel mentaal als fysiek als spiritueel niveau van nut diende te zijn. En deze zelfde man schreef doodserieus over allerlei zwevende, nooit etende, twee lichamen gebruikende, niet ademende, na hun dood verschijnende, materie manipulerende, eeuwig jong blijvende (enz. enz.) mensen.
Het is geen wonder dat velen van enige scepsis vervuld waren bij hun eerste ontmoeting met Yogananda, of na het lezen van enige hoofdstukken van de Autobiografie. Het feit dat die scepsis steevast veranderde in respect, zegt misschien nog meer over Yogananda dan de wonderverhalen die zijn discipelen over hem te boek stelden.

Dat respect is er sinds zijn dood niet minder op geworden. In deze eeuw, waarin helaas controverses, discussies en roddels rond spirituele leraren meer uitzondering dan regel lijken te zijn, is Yogananda's persoon onomstreden. India eerde hem als "ambassadeur van haar spirituele traditie" met het uitbrengen van een postzegel met zijn afbeelding. Het Amerikaanse "Yoga Today" stelde onlangs dat "naarmate de tijd verstrijkt, zijn ster steeds helderder is gaan stralen".
"Oost is Oost, en West is West, en nooit zullen de twee samenkomen", schreef Kipling. Als geen ander in zijn tijd werkte Yogananda aan het logenstraffen van die stelling, en aan het tot stand brengen van een "fusie op een hoger plan" van de twee culturen. Het respect dat hij in beide werelden geniet, bewijst op z'n minst de mogelijkheid van zo'n "best of both worlds" cultuur.

De technieken van Yogananda

Als voorbereiding op inwijding in de Kriya techniek, en later als ondersteuning van Kriya beoefening, gebruiken discipelen van Yogananda een aantal technieken. Omdat het niet is toegestaan deze technieken openbaar te maken, hieronder een beschrijving in grote lijnen.

Energization

In 1916 ontdekte Yogananda een methode om m.b.v. de wil het lichaam energetisch op te laden. Middels een serie van 39 oefeningen die in een kwartier wordt afgewerkt, worden alle delen van het lichaam afzonderlijk van nieuwe energie voorzien. Naarmate men meer ervaring ermee krijgt, verschuift het accent bij deze methode van het fysieke naar het mentale vlak. Het rendement bestaat uit een gezond lichaam en na verloop van tijd mentale beheersing over de levensenergie.

Hong Sau

Een zeer oude meditatietechniek waarbij de klank van de adem als mantra wordt gebruikt. Doel is het volledig naar binnen richten van de aandacht. Bij diepe concentratie kunnen bij deze techniek ademhaling en hartslag (tijdelijk) stilvallen.

Aum

Een meditatietechniek waarbij men zich m.b.v. een mudra (houding van de handen) concentreert op het horen van astrale geluiden. De kosmische kracht die de schepping in stand houdt en alles doortrilt, is innerlijk hoorbaar als de klank 'AUM'. De verschillende chakra's (energiecentra) langs de ruggegraat zijn hoorbaar als variaties van Aum.

Naast deze technieken benadrukt Yogananda het belang van chanten, en van het richten van de blik op het punt tussen de wenkbrauwen; het derde oog of centrum van Christusbewustzijn. Bij de Kriya initiatie wordt een techniek gegeven om het astrale licht in dat centrum te zien.

Kriya Yoga

Volgens de inwijders is Kriya Yoga de krachtigste meditatietechniek die de mensheid op dit moment ter beschikking staat. De theorie erachter is als volgt:

De mens is een geestelijk wezen dat, net als de rest van de schepping, voortdurend evolueert. Dat proces voltrekt zich voor het overgrote deel automatisch: een mens incarneert, excarneert, incarneert, enz. en ontwikkelt zich zonder dat hij zich daarvan bewust is. Pas op het laatste stuk van de weg naar volledig bewustzijn van onze goddelijke natuur, kan een mens de eigen evolutie bewust versnellen.
Menselijke ontwikkeling vindt plaats door het neutraliseren van karma. Karma, de wet van oorzaak en gevolg (op fysiek niveau de Newtonse wet actie=reactie) bindt ons aan ons verleden. Wat gedaan is, zal ongedaan gemaakt moeten worden; wat in beweging is gezet, zal naar het punt van oorsprong terug moeten keren.
Dit neutraliseren van karma gebeurt over het algemeen in en door het leven zelf: via relaties, moeilijkheden, verwerking van pijn enz. Bij Kriya Yoga wordt de levensenergie direct aangewend, voordat deze via de zintuigen naar buiten heeft kunnen stromen. Daardoor kan m.b.v. één kriya (duur: ongeveer een halve minuut) eenzelfde ontwikkeling plaatsvinden als via een jaar contact met de buitenwereld. Karmazaden ( tendenzen, gehechtheden en angsten die een rol zullen gaan spelen zodra ons leven daar aanleiding toe geeft) bevinden zich op astraal niveau in de ruggegraat.
M.b.v. de kriyatechniek wordt een sterke stroom door de ruggegraat gestuurd, waardoor een aantal van de ontelbare karmazaden geactiveerd en vervolgens geneutraliseerd wordt. Op deze wijze kan ieder mens werken aan, letterlijk en figuurlijk, innerlijke bevrijding. Concentratie en devotie zijn daarbij sleutelbegrippen.
"Kriya beoefend met devotie werkt als wiskunde, het kan niet falen", zei Yogananda. Het effect van Kriya Yoga is niet alleen op termijn merkbaar. Het doen van kriya's geeft direct een gevoel van kracht, stilte en zuiverheid.
"Je hebt een draagbaar paradijs in je", benadrukte Yogananda voortdurend,"en met Kriya Yoga heb je de sleutel ervan in je hand."

Kriya Yoga nu

Zoals reeds gesteld: pas na verloop van tijd wordt duidelijk hoeveel kracht een bepaalde spirituele impuls heeft gehad. Dat geldt zowel in onze individuele levens, als voor religieuze leraren in relatie tot de evolutie van de mensheid. Voor een definitieve beoordeling (zo dat al mogelijk is) is het in Yogananda's geval uiteraard nog te vroeg. Toch kan een schets van de huidige stand van zaken m.b.t. Kriya Yoga een indicatie geven van de betekenis ervan, nu en in de toekomst, voor de wereld.
India kent de traditie van "parampara"; het overdragen, tegen het eind van zijn of haar leven, van het spirituele gezag van een meester op een ver gevorderde discipel (indien aanwezig). Yogananda deed dat niet. Hij verklaarde de laatste in een lijn van guru’s te zijn. Kriya Yoga, een speciale dispensatie van God voor de mensheid in deze tijd, zou zich vanaf nu over de hele wereld verspreiden, en daarmee de basis leggen voor wereldvrede en "broederschap in God" in de komende eeuwen.
Na zijn dood bleef SRF Yogananda's leer verspreiden, m.n. via de "Lessons" een soort schriftelijke cursus zonder huiswerk. Inwijding in Kriya Yoga is hierbij pas mogelijk na een jaar waarin voorbereidende fysieke oefeningen en meditatietechnieken de student klaar voor het grote werk hebben gemaakt.
In overeenstemming met Yogananda's nadruk op het individuele contact met God, is SRF geen hechte organisatie. Mensen die de lessen ontvangen kunnen, als ze de behoefte voelen, schrijven naar het hoofdkwartier in Los Angeles.
Monniken van de orde die de kern vormt van de organisatie, reizen voortdurend over de hele wereld om workshops en inwijdingen te geven. Verder wordt studenten de suggestie gedaan om wekelijks in groepen te mediteren. Lang niet alle Kriyabans (ingewijden in Kriya Yoga) doen dat.
Ondanks de betrekkelijk losse band tussen Yogananda's discipelen en SRF, is duidelijk dat de organisatie is blijven groeien. Het aantal namen op de mailinglijst lag in 1993 rond de honderdduizend. President sinds 1955 is Daya Mata, de eerste vrouw die officieel als "monnik" erkend werk door de hoeders van India's eeuwenoude monniken-traditie. Een nieuwe impuls kreeg de verspreiding van Kriya Yoga door de start van Ananda. Swami Kriyananda, een directe discipel van Yogananda, zette in de 60-er jaren deze organisatie op. Doel ervan is het stichten van "worldbrotherhood communities"; een van Yogananda's idealen. Kriyananda was jarenlang vice-president van SRF, maar zijn visie op de organisatie en die van Tara Mata, adviseuse van presidente Daya Mata, liepen teveel uiteen.

Kriyananda

Kriyananda begon met een handjevol discipelen in Californië een gemeenschap, die inmiddels vierhonderd inwoners telt en algemeen beschouwd wordt als een van de succesvolste spirituele gemeenschappen ter wereld. Vanuit Ananda Village groeide Ananda uit tot een wereldwijde organisatie met honderden meditatiegroepen, centra en gemeenschappen. Met meditatie als basis vormen de inwoners van Anandagemeenschappen een soort moderne kloosterorde waarbinnen een gezinsleven mogelijk is. Ook binnen Ananda geldt een voorbereidingstijd voor inwijding in Kriya Yoga, zij het niet noodzakelijkerwijs een jaar.
Sfeer en presentatie van SRF zijn wat behoudender dan die van Ananda, dat meer naar de mensen toekomt en SRF in ledental en uitstraling lijkt te overvleugelen.
In Amerika en een klein aantal andere landen zijn nog andere, kleinere organisaties actief. Zoals het "Center for spiritual awareness", dat onder leiding staat van Roy Davis, en de “Song of the Morning Ranch” van Bob Raymer, beiden directe discipelen van Yogananda.
Het voor Yogananda's vertrek naar Amerika opgerichte Yogoda Satsanga, later door hem onder gezag van SRF geplaatst, beheert in India enige tientallen scholen en ziekenhuizen. Wereldwijd zijn verreweg de meeste, maar niet alle kriyabans discipelen van Yogananda. Behalve degenen die door hem gemachtigd zijn om inwijdingen te geven, is er ook een aantal inwijders dat van andere leerlingen van Lahiri Mahasaya "afstamt". Dit maakt het preciese aantal (zeer ruwe schatting: tussen de 400.000 en 1.000.000) beoefenaren van Kriya Yoga onmogelijk vast te stellen.
Om de zaak nog ingewikkelder te maken, zijn er voorts nog zeker twee inwijders die stellen door Babaji zelf te zijn ingewijd en thans nog in direct contact met hem te staan. Overigens is het (om diverse redenen: ander uiterlijk; het ouder worden en overlijden in 1984; het niet inwijden in Kriya Yoga) onwaarschijnlijk dat de Babaji die in de jaren tachtig m.n. in rebirthingkringen veel discipelen had, dezelfde is als de in de Autobiografie beschreven eeuwig jonge meester van Lahiri Mahasaya.
Voor alle landen buiten India geldt dat vrijwel alle kriyabans, ook die niet Yogananda als guru hebben, geïnteresseerd raakten in de techniek door het lezen van de Autobiografie. Men zou kunnen zeggen dat Babaji, Yogananda en Kriya Yoga drie namen zijn voor één spirituele impuls: opheffing d.m.v. innerlijk contact met God van dualiteiten als Oost-West, man-vrouw, religie-wetenschap en contemplatie-activiteit.

Nederland

Ook voor ons land geldt dat het aantal kriyabans onbekend is. Waarschijnlijk zijn het er niet meer dan tweeduizend.
Ananda bij Steenwijk is het enige centrum waar discipelen van Yogananda met elkaar een gemeenschap vormen en Yogananda’s leer en technieken rechtstreeks doorgeven. Bij SRF, dat net als Ananda in een paar grote steden meditatiegroepen heeft, gebeurt dat via Engelstalige schriftelijke lessen. Daarnaast worden ook via de organisatie van Swami Hariharananda (discipel van Sri Yukteswar) inwijdingen gegeven. Belangrijk verschil hierbij is dat er bij de laatste geen voorbereidingstijd geldt. Daar er nogal wat bij komt kijken om de op zichzelf niet bijzonder ingewikkelde techniek doeltreffend te kunnen beoefenen, bevindt de "instant-ingewijde" zich, eenmaal thuis, in een aanzienlijk moeilijkere positie dan de SRF- of Anandastudent. Die heeft immers na een gedegen voorbereiding bewust gekozen voor Yogananda als meester en voor Kriya Yoga als hoofdbestanddeel van de dagelijkse spirituele discipline. Het aantal niet-praktizerende kriyabans is in die eerste groep daardoor aanzienlijk groter dan onder Yogananda's discipelen. Hetgeen overigens van een snelle inwijding niet per definitie een slechte zaak maakt. Ook Lahiri Mahasaya gaf, na hiervoor van Babaji toestemming te hebben gekregen, inwijding aan iedere serieuze zoeker die daar om vroeg.
Het feit dat in ons land via drie verschillende kanalen de Kriya techniek geleerd kan worden, en twee organisaties Yogananda's leer verspreiden, zou voor verwarring kunnen zorgen. En discussiëren over wie er nou wel en wie er niet recht in de leer is, kan men, zoals bekend, met een gerust hart aan Nederlanders overlaten. Maar interessanter dan discussies over namen en organisaties is het proces van verdieping dat in ons land op gang lijkt te komen.
Nederland is een van de meest new age minded landen ter wereld, waarschijnlijk niet in de laatste plaats doordat de inwoners het zich financieel kunnen permitteren om zich met spirituele groei bezig te houden. Het aantal manieren waarop een mens “verlicht” (?) kan geraken, groeit al jaren explosief; de technieken worden steeds simpeler en de prijzen stijgen. De discussie over de "tussen de oren mafia" is onzinnig; het feit dat hij gevoerd wordt zegt echter wel degelijk iets over de pretentie-kwaliteit verhouding bij de gemiddelde new age therapeut. Oftewel: er worden te hoge verwachtingen gewekt door mensen die te weinig in huis hebben. Gelukkig zijn wil iedereen. En omdat een mens niet eeuwig aan de gang kan blijven met sessies, cursussen, ontladingen, opladingen, video's en kostbare series inwijdingen, kiezen steeds meer mensen voor het gedisciplineerd gaan van een bepaalde weg, voor een meester en/of een meditatietechniek.
De groeiende interesse in Kriya Yoga past in dat beeld. Yogananda wond er geen doekjes om: om werkelijk vrij te worden zijn toewijding en discipline noodzakelijk. Van een kriyaban wordt verwacht dat deze elke dag twee maal mediteert. Toewijding is een woord dat men niet terugvindt in de gemiddelde cursusfolder, maar niettemin in deze tijd aan betekenis lijkt te winnen. Zelfs Sri Yukteswar, een uitgesproken gyana (wijsheid) yogi, stelde: "Zonder devotie komt men geen stap verder op het spirituele pad".

Misschien is het te ver gezocht het een new age wet te noemen dat de gevraagde toewijding omgekeerd evenredig is met het gevraagde geld. Toch zou het meer dan toevallig kunnen zijn in dit verband dat Yogananda’s lessen en boeken goedkoop zijn en er vaker om gebed dan om geld gevraagd wordt.

Zaad

Komt bij een oppervlakkige beschouwing die new age beweging uit de lucht vallen; wie zich erin verdiept wordt al snel duidelijk dat het woord "new" maar ten dele op z'n plaats is. De zaden waaruit inmiddels een bloemenveld van cursussen, centra, boeken en technieken is gegroeid, werden al geruime tijd geleden gezaaid, en geploegd is er ook vele tientallen jaren.
Theosofen en anthroposofen, Krishnamurti, Sri Aurobindo (om een paar namen te noemen); het effect dat zij al in de eerste helft van deze eeuw op het bewustzijn van de mensheid hadden, valt niet te onderschatten.
Ook Yogananda hoort thuis in het rijtje wegbereiders van de nieuwe tijd. Veel van wat hij destijds als (in Westerse ogen) nieuwe elementen in religie introduceerde, bereikt in onze tijd pas het grote publiek. Louise Hay brengt niets nieuws, en dat doet ze goed. De uitspraak: "Als je besluit om ongelukkig te zijn, kan niemand je gelukkig maken" had van haar kunnen zijn, maar was van Yogananda.
Om nog een paar zaken te noemen die Yogananda bij een klein-, en Louise Hay bij een miljoenenpubliek introduceerde: het belang van erkenning van het vrouwelijke en mannelijke in ieder mens. Yogananda maakte in spiritueel opzicht geen enkel onderscheid tussen mannen en vrouwen; in tegenstelling tot wat destijds gebruikelijk was (niet in theorie maar zeker wel in de praktijk), zowel in India als in Amerika. Zijn aanspreken van God als "Divine Mother" betekende voor veel Amerikanen een soort cultuurschok. Helemaal eroverheen is men er nog niet: de discussie over of je God nu Hij, Zij, Het of Dat moet noemen, loopt daar nog. Het introduceren van het affirmeren als spirituele techniek werd hierboven al genoemd, evenals de humor die met Yogananda plotseling een plek kreeg in religie in Amerika. Dat God gevoel voor humor zou hebben, paste uiteraard niet bij het beeld van God als oude man met een baard, dat ons sinds Michaelangelo parten heeft gespeeld. Dat dat beeld aan het verdwijnen is, is dan ook mede Yogananda's verdienste.
Ook het chanten, het zingend herhalen van een of enkele regels tekst, kwam met Yogananda in Amerika aan. Een van de bekendste new age chants, "Listen listen listen to my hearts song", werd door hem geschreven.

Last but not least: het besef dat er niet één ware religie is en daarnaast een aantal onware, maar slechts verschillende wegen naar God, is door de eeuwen heen altijd aanwezig geweest bij kleine groepen spiritueel levende mensen. Thans wordt het idee van de fundamentele eenheid van alle religies voor steeds meer mensen een vanzelfsprekendheid. De sociale ontwikkelingen op wereldschaal maken dat ook noodzakelijk, en misschien zelfs een voorwaarde voor het voortbestaan van onze beschaving. Het kan haast niet toevallig zijn dat er op zulke cruciale momenten in de geschiedenis leraren als Yogananda verschijnen, die ideeënzaadjes in het bewustzijn van de mensheid planten.

Liefde

"I prefer a soul to a crowd, but I love crowds of souls." Yogananda ijverde onvermoeibaar (hij sliep zelden) voor wereldvrede, begrip tussen Oost en West en eenheid in religie. Toch was hij niet het type van de wereldverbeteraar voor wie de wereld enigszins een abstractie wordt. Zijn liefde ging uit naar mensen, individuen, en was daarmee een reflectie van zijn eigen relatie met God. Gevraagd naar het persoonlijke of onpersoonlijke karakter van God, antwoordde hij dat God zowel het een als het ander is. "Het is onzin om God alleen onpersoonlijk te noemen. Hij is heel persoonlijk want Hij is alle personen geworden."
Die persoonlijke relatie met God bleek duidelijk bij een aantal gelegenheden waarbij God in een of andere gedaante aan Yogananda verscheen. Die sprak dan hardop met zijn Goddelijke Moeder, zodat de ademloos luisterende aanwezigen zich met een been in het paradijs waanden. Altijd spoorde hij zijn discipelen aan om op intieme manier met God te praten en desnoods ruzie met Hem te maken.
Desgevraagd ontkende Yogananda niet een avatar te zijn; een verlichte ziel die vrijwillig op aarde incarneert om de mensheid te leiden. Toen Kriyananda hem eens direct ernaar vroeg, antwoordde Yogananda met kalme eenvoud: “Een zodanig belangrijk werk als dit, kan niet anders dan door een dergelijk wezen worden ondernomen”.
De grenzeloze liefde van de avatar voor ieder mens uitte hij in de belofte "Ik zal terugkomen, desnoods triljoen keer, zolang er nog één medemens achtergebleven is."
Al was nederigheid een van Yogananda's meest in het oog springende eigenschappen, over zijn rol deed hij geenszins vaag of mysterieus. "Ik doe alleen wat God mij opdraagt" en "niemand dan God woont in deze tempel"; met dit soort uitspraken maakte hij zijn discipelen duidelijk wat de functie en de betekenis van een guru is. Of Yogananda's rol inderdaad die van avatar van het Aquariustijdperk is, zal de tijd moeten leren. Dat z'n autobiografie, z'n chants en gedichten en de foto's van zijn androgyne gezicht steeds meer mensen in het hart raken, staat vast.
Voor Daya Mata en voor de vele duizenden discipelen van Yogananda, werd de essentie van wat hij was en is, verwoord in zijn antwoord op een van haar laatste zou ooit uw plaats kunnen innemen?"
"Als ik hier niet meer ben", was het antwoord, "kan alleen liefde mijn plaats innemen."
Een duidelijk en diep antwoord. Toch hangt het uiteindelijk van zijn discipelen zelf af of Yogananda er wel of niet is. Want "zij die mij bij zich denken, daar ben ik bij", was zijn belofte van eeuwige bescherming, leiding en liefde.
In het gedicht "When I am only a dream" brengt Yogananda dat nog eens op ontroerende wijze onder woorden:

Ik kom om jullie allen te vertellen van Hem,
en de manier om Hem in je hart te sluiten,
en van de discipline die Zijn genade brengt.
Diegenen van jullie die mij gevraagd hebben
je naar de aanwezigheid van mijn Geliefde te leiden -
ik waarschuw je via mijn stil sprekende geest,
of praat tegen je via een zachte betekenisvolle blik,
of fluister tot je via mijn liefde,
of ontmoedig je hardop wanneer je van Hem afdwaalt.
Maar wanneer ik slechts een herinnering of mentaal beeld zal worden,
of een stil sprekende stem;
wanneer geen aardse roep ooit mijn verblijfplaats
in onpeilbare ruimte zal onthullen,
wanneer geen oppervlakkige smeekbede of bars klinkend bevel
een antwoord van mij zal brengen -
dan zal ik glimlachen in je geest wanneer je het juist ziet,
en wanneer je het mis hebt zal ik huilen door mijn ogen
die betraand naar je turen in het donker,
en misschien door jouw ogen zal ik huilen;
en ik zal tot je fluisteren middels je geweten,
en ik zal met je overleggen middels je verstand,
en ik zal allen liefhebben middels jouw liefde.
Wanneer je niet meer met mij kunt praten,
lees dan mijn Whispers from Eternity;
eeuwig zal ik erdoor tot je spreken.
Onopgemerkt zal ik naast je lopen,
en je beschermen met onzichtbare armen.
En zodra je mijn Geliefde kent en Zijn stem hoort in de stilte,
zul je me weer kennen, tastbaarder dan je me hier in dit aardrijk kende.
En toch zal ik, wanneer ik slechts een droom voor je ben,
je eraan komen herinneren dat ook jij niets bent
dan een droom van mijn hemelse Geliefde,
en wanneer je weet dat je een droom bent, zoals ik nu weet,
dan zullen we voor altijd ontwaakt zijn in Hem.

Paramhansa Yogananda

 

Copyright 2001 Peter van Kan