Jezus was een yogi

Onderstaand artikel verscheen in Bres nr 242

‘Jezus was een yogi’

Bij het overdenken van de mystieke traditie in het christendom ligt het voor de hand om allereerst te kijken naar de mens waar het allemaal mee begon. En dan is de bewering van Paramhansa Yogananda, auteur van de spirituele klassieker ‘Autobigrafie van een yogi’, dat Jezus een yogi was, een mooi uitgangspunt voor een onderzoek.

Yoga en christendom

Yogananda deed zijn voor die tijd boude uitspraak in Amerika. Dat was niet zo verwonderlijk, want een van de redenen waarom hij daarheen ging in 1920 was het laten zien van de wezenlijke eenheid van, in zijn woorden, ‘origineel christendom, zoals geleerd door Jezus’ en ‘originele yoga, zoals geleerd door Krishna’. Het feit alleen al dat een Indiër pretendeerde de christelijke Amerikanen iets te kunnen leren over de centrale figuur in hun religie, zet de zaak op scherp en in een mystiek kader. Want dat Yogananda niet met een theologische verhandeling op basis van historisch Bijbelonderzoek op de proppen kwam, moge duidelijk zijn.

Genoemde wezenlijke eenheid zit hem hierin dat zowel de Indiase yogi als de praktiserende christen (en in feite ieder religieus mens) kennis, technieken en regels op het gebeid van ethiek gebruikt om tot een persoonlijke ervaring van het goddelijke te komen. Die ervaring, en niet een theorie of het geloof in die theorie, is de essentie. Wanneer dit besef op de achtergrond raakt, dan pas beginnen religies met elkaar overhoop te liggen.

De menselijke natuur neigt ernaar om hachelijke ondernemingen, wat het ervaren van goddelijke liefde nu eenmaal is, te willen begrijpen, inpakken, geschikt maken voor discussie en/of haarkloverij. (Het kan nog erger: verkopen). Die neiging is misschien iets minder groot in het ongeorganiseerde India dan in de christelijke kerken, maar dat hij universeel is, daarvan geeft de ‘Autobiografie van een yogi’ smakelijke voorbeelden.

Yogananda liet zien, zowel door een helder licht te werpen op het Nieuwe Testament als door zijn eigen voorbeeld, dat Jezus deed wat elke grote yogi doet: het geestelijk verheffen van mensen, door zowel uiterlijk onderricht als door directe subtiele inwerking op leerlingen.

Laten we kijken wat voor aanwijzingen hiervoor in de Bijbel te vinden zijn.

Jezus als guru

Het is ironisch dat vanuit christelijke hoek vaak wordt afgegeven op oosterse gurus en sekten, vooral als de leden hun geld aan de organisatie schenken. Ironisch, omdat oosterling Jezus overduidelijk de guru van zijn discipelen was en omdat ook een machtig instituut als de katholieke kerk begonnen is als een kleine Joodse sekte waarvan de leden alles deelden.

Jezus guruschap blijkt niet alleen uit het feit dat zijn discipelen hem met ‘Meester’ (Rabbi) aanspraken, maar ook en vooral uit het soort contact dat hij met hen had. Zo liet een aantal van de apostelen op Jezus’ opdracht "Volg mij" onmiddellijk huis en haard in de steek. Het is moeilijk zich een andere reden voor dit ‘instant vertrouwen’ voor te stellen dan intuïtieve herkenning van hun meester uit een eerdere incarnatie.

Jezus berispte zijn discipelen openlijk, ontving hun dienstbaarheid (Maria Magdalena), gaf hen opdrachten. Bovenal gaf hij hen zijn onvoorwaardelijke liefde, met als dramatisch hoogtepunt de kruisdood. Yogananda legde uit dat een yogameester de techniek beheerst waarmee karma van anderen overgenomen kan worden, en dat de enorme kracht en bezieling die de apostelen na zijn heengaan plotseling vertoonden een direct gevolg waren van Jezus’ offer.

Jezus’ beheersing van energie

Yoga wordt wel ‘De kunst van energiebeheersing’ genoemd. Patanjali, de man die de in zijn tijd beschikbare yogakennis overzichtelijk en inzichtelijke maakte, beschreef de vermogens (siddhi’s) die vergevorderde yogi’s als vanzelf ontwikkelen. Wie het Nieuwe Testament leest met die kennis in het achterhoofd, zal de vele wonderen die Jezus deed vooral zien als bewijs van zijn inzicht in en beheersing van de natuurwetten. Helderziendheid (‘eer de haan driemaal zal kraaien…..’); het kunnen materialiseren en/of veranderen van materie (van water wijn maken); zichzelf gewichtloos maken (over water lopen); anderen genezen: al deze vermogens worden letterlijk genoemd door Patanjali.

Tekenend is ook het voorval waarbij een zieke vrouw vol vertrouwen Jezus’ kleed aanraakte. Jezus zag de vrouw niet, maar voelde "een kracht van zich uitgaan". Iedereen die wel eens met hoge energie gewerkt heeft, zal dit als een zeer adequate beschrijving van de ervaring beschouwen. Overigens maakte Jezus duidelijk dat het werkzame bestanddeel hier niet zijn kleed was, maar de afstemming van de vrouw ("Uw geloof…") op haar meester.

Dat zowel het oude al het nieuwe testament vol staat met verwijzingen naar de chakra’s, de energiecentra in ons lichaam die kruispunten vormen tussen materie en bewustzijn, zal bij Breslezers bekend zijn. Om toch een voorbeeld te geven: Jezus’ uitspraak ‘Als dan uw oog enkelvoudig is, zal uw hele lichaam vol licht zijn’, wordt pas begrijpelijk als men bekend is met het 6e chakra en het effect wat het waarnemen ervan heeft.

Jezus en meditatie

Voor zover yogabeoefening een doel kan hebben, is dat doel: meditatie. D.w.z. die geestelijke toestand waarin dualiteit plaats heeft gemaakt voor de ervaring van onze tijd- en ruimteloze goddelijke natuur. De omgeving waarin Jezus leefde, was hier niet erg op gericht. Zijn verwijzingen naar het belang van meditatie zijn dan ook soms indirect, soms subtiel en voor de juiste verstaander bedoeld.

Het meest uitgesproken is Jezus als hij een link legt met het oud-testamentische ‘Wees stil en weet ik dat het ben, Uw God’ en benadrukt dat ‘het koninkrijk Gods is binnen in u’. Maar ook in allerlei andere uitspraken herinnert hij ons aan het belang van de juiste prioriteiten. Spiritualiteit vóór alles, is het devies: De mens is er niet voor de wet maar de wet voor de mens; ‘mijn koninkrijk is niet van deze wereld’, ‘geef alles weg en volg mij’.

Voor de goede verstaander gaat Jezus verder en geeft hij meditatieles: "Ga naar binnen en sluit ramen en deuren" verwijst naar meditatietechnieken waarmee eerst de aandacht naar binnen gericht wordt en vervolgens de levensenergie aan de zintuigen onttrokken. En dat het allemaal steeds draait om het vinden van die stilte waarin we God ontmoeten, daarover laat hij geen twijfel bestaan. Want als je last hebt van je oog of van je hand, d.w.z. blijft hangen aan de uiterlijke wereld en jouw rol daarin, dan is Jezus’ advies: uitrukken en afhakken die handel (geen citaat).

Jezus en mystiek

Het bovenstaande moge duidelijk maken dat wie Jezus ziet als een sociale rebel en een ‘goeddoener’, dan wel als Zoon van God in wie wij moeten geloven op straffe van eeuwig branden in de hel, het belangrijkste aspect van zijn missie over het hoofd ziet. Jezus liet ons zien wat de potentie van de mens is; tot welke morele hoogten wij kunnen stijgen en tot welke innerlijke diepten wij kunnen afdalen. Dieper dan de dood kan komen.

Hoewel Jezus uniek was in zijn verschijning en persoonlijkheid, waren zijn leer en zijn vermogens niet uniek. De mystici van alle tijden verwoorden op eigen wijze dezelfde waarheden. En dat er ook in onze tijd yogi’s zijn die meesterschap over materie, leven en dood hebben verworven, maken de boeken van en over Yogananda duidelijk.

Peter Van Kan startte begin jaren ’90 de Nederlandse afdeling van Ananda (www.yogananda.nl) en vertaalde The Path, een ooggetuigenverslag van Yogananda als meester. Thans werkt hij als zelfstandig meditatieleraar, schrijver en musicus.