Spirituele organisaties: zegen of vloek?

Laten we wel wezen, ze zijn natuurlijk een vloek. Neem nu de katholieke kerk. Van een handjevol enthousiaste discipelen dat de bevrijdende boodschap van hun guru doorgaf, is de kerk gegroeid tot een gigantische organisatie. Met wereldse belangen en bezittingen, tienduizenden betaalde medewerkers, dogma’s, regels, rituelen, strakke hiërarchie, 100% top-down management, een verleden vol schanddaden, enz. enz. Hoeveel miljoenen mensen zijn niet het slachtoffer geworden van de geleidelijke bevriezing van het oorspronkelijk “levende water” waar Jezus over sprak ? Van de neiging om de leden in het gareel te willen houden en oorspronkelijk denken af te wijzen, zelfs te bestraffen ?

Dat dit geen katholiek probleem is, lezen we in de boeken van gereformeerde schrijvers. En dat het geen christelijk probleem is, maken de fundamentele moslims duidelijk.
Het lijkt een onvermijdelijk proces: wanneer er rondom een geïnspireerde leraar, of een ideaal, een organisatie ontstaat, wordt daarmee het begin van het einde ingeluid. De lerares (want aan het geslacht ligt het niet) wordt op een voetstuk geplaatst. Er ontstaat een kleine kring van mensen die dichtbij haar staan/stonden en haar leer of het ideaal beter begrijpen dan de rest. (Alle dieren zijn gelijk, maar sommige zijn meer gelijk dan andere.) Om nieuwelingen te helpen in het juiste spoor te komen en te blijven, worden regels uitgevaardigd. Die krijgen geleidelijk aan de status van feiten of openbaringen. Er ontstaat een groepscultuur. Wie kritiek heeft, die is blijkbaar niet loyaal. Leden ontlenen hun identiteit, status, misschien ook inkomen aan hun positie in de organisatie. Zo wordt langzamerhand de organisatie een doel in zichzelf, en raakt het geestelijk welzijn van het individuele lid daaraan ondergeschikt. Kortom, bij spirituele organisaties is de neiging tot verstarring en (daarmee) vervlakking een gegeven. Daarom is het goed dat in de nieuwe tijd de spirituele zoeker zich verre houdt van organisaties en de eigen weg gaat. Door deel te nemen zonder zich te verbinden; nu eens hier wat spirituele voeding op te pikken en dan daar; het spirituele leven een eigen vorm te geven zonder in de val van regels en organisatie te lopen. Door vrijheid boven discipline te zetten; door niets en niemand anders te volgen dan de eigen wijsheid.

Laten we wel wezen, het bovenstaande klopt natuurlijk niet. Spirituele organisaties zijn namelijk een zegen voor de mensheid. D.w.z. voor jou en mij. Je kunt zeggen wat je wilt, maar het is te danken aan de organisatie die kerk heet, dat er kerkgebouwen zijn. Waar je in deze hectische tijd stilte vindt, ruimte voor bezinning en zelfs een luisterend oor.
Algemener gesteld: organisaties zorgen voor kerken, tempels, moskeeën, ziekenhuizen, scholen, spirituele centra, workshops, boekuitgaven, festivals, houvast en opvang. Ze zijn kanalen via welke inspiratie, wijsheid en technieken tot ons komen. Zonder moskeebesturen, kerken, nationale yogaverenigingen, de vele kleinere en grotere organisaties die verlichte leraren over de hele wereld laten reizen, kloosterordes, plaatselijke stichtingen die lezingen organiseren voor gemiddeld 23 bezoekers, spirituele cafés, uitgeverijen opgezet om 1 geïnspireerd boek in de wereld te zetten, enz. enz., zouden we in een geestelijk duistere wereld van chaos en geweld leven. Of, waarschijnlijker, helemaal niet leven.
Organisaties zijn een uitdrukking van een verlangen om te delen. Om licht op aarde te brengen, is het nodig dat mensen zich met een ideaal en met elkaar verbinden. En om dat met succes te kunnen doen, is het noodzakelijk dat de werkers hun persoonlijke voorkeuren, althans deels en op bepaalde momenten, op het tweede plan kunnen zetten.
Een organisatie kan een thuishaven zijn; een energieveld waarin de jongere kan profiteren van wat de ouderen hebben neergezet. Waarin wat door de ene mens doorworsteld en verworven is, ten goede kan komen aan de ander. Waarin regels dingen mogelijk maken, makkelijker en eerlijker. Het is een school die permanent onderwijs geeft in het zich verbinden en delen.
Wellicht, beste lezer, heb je bij het lezen van beide stukken tekst gedacht "Ja, dat klopt wel ongeveer". Maar dan blijft de vraag: zal ik nu spirituele organisaties mijden of omarmen ?
De aanleiding voor dit artikel is de grote weerstand tegen georganiseerde religie die er in Nederland leeft. Die weerstand is te begrijpen. De opluchting over het ontsnappen aan de verstikkende greep van de kerken op ons innerlijke en uiterlijke leven, hangt nog in de lucht. Voeg daarbij de (overigens vaak vermeende) schandalen rond oosterse meesters plus de mega-waarschuwing tegen “achter iemand aanlopen” van WO2, en een gepast kritische houding t.o.v. georganiseerd geestelijk leven is niet alleen begrijpelijk maar zelfs aan te raden. De vraag is echter of we hierin niet zijn doorgeschoten. Is het niet zo dat de vraag welke van de twee teksten hierboven de werkelijkheid juister weergeeft, in wezen afhangt van onze eigen opstelling ? Wat er met organisaties gebeurt, zegt iets over ons. We are the world.
De neiging tot verstarring geldt niet alleen spirituele maar alle organisaties. Blijkbaar is het de mens eigen om te neigen tot vervlakken, vergeten, niet in het hier en nu willen zijn, te lui te zijn om door eigen inspanning inspiratie levend te houden. Om loyaliteit te ontwikkelen jegens de status quo i.p.v. de oorspronkelijke impuls. Om status te ontlenen aan een positie; zekerheid aan routine. Niet organisaties zijn het probleem, maar wijzelf.
Een zeer effectieve manier om mezelf tegen deze neigingen te beschermen is: mij nergens mee verbinden. Zo ben ik nooit verantwoordelijk voor wat er fout gaat; kan ik kritiek leveren zonder het risico dat ik de situatie zelf moet opknappen; maak ik geen vijanden en kan ik ieder moment nog alle kanten op. Als een inspirerende impuls is uitgewerkt, zoek ik een nieuwe. Omdat ik alles afmeet aan mijn eigen wijsheid (gespeld eigen-wijsheid), riskeer ik geen confrontatie met een eventueel gebrek eraan. Niemand staat boven mij. Omdat ik mijn eigen individuele weg volg, kan niemand mij ooit wijzen op verkeerde gewoonten en attitudes, ongepast gedrag of dwaasheid van beslissingen. Want alle anderen gaan een andere weg en begrijpen mij dus niet. “Dat is jouw waarheid”, zeg ik zonodig. Discussie gesloten.
“Elk voordeel heb ze nadeel,” zei de meester. Het nadeel is de achterkant van het voordeel. Er staat niemand boven mij. Dus aan wie trek ik me op ? Wie zijn mijn rolmodellen ? Hoe vaak kan ik een nieuwe inspiratiebron zoeken zonder mijn vastberadenheid te ondermijnen ? Hoeveel invloed heeft mijn eigen wijsheid als ik steevast commentaar lever op wat zij doen, i.p.v. evalueer wat wij doen ? Ik maak geen vijanden. Maar met wie voel ik de verbondenheid die alleen ontstaat door het samen worstelen en een resultaat neerzetten ? Wie wijst me op mijn blinde vlekken ? Hoe kan er gezamenlijk bezit bestaan als ik niet samen verantwoordelijkheid ervoor wil dragen ? De consequentie van dit alles is dat ik mijn eigen ding doe voor eigen rekening, op kleine schaal en zonder veel impact.

Misschien is het tijd om de jaren ’60 en ’70 definitief achter ons te laten en de oplossing voor het probleem met organisaties in onszelf te zoeken. Om te beginnen dienen we dan realistische verwachtingen te koesteren. Zelfs een organisatie rond een volmaakt mens of loepzuiver ideaal, is niet volmaakt. We dienen te aanvaarden dat loyaliteit noodzakelijk is op het spirituele pad. Het is iets heel anders dan blinde gehoorzaamheid.
Je kunt het niet altijd met alles eens zijn. Focus dus op de hoofdzaken, en gebruik eventuele weerstand bij details als persoonlijk groeimiddel. Tenslotte is het innerlijke vrijheid waar we naar verlangen, en niet ongebreidelde persoonlijke expressie. Identificeer je gerust met de inspiratie waaruit een organisatie ontstaan is, maar niet met de organisatie zelf.
En dan zien we: als de leden wakker blijven, blijft een organisatie levend. Is er geen grens aan dat loyaal zijn en groeien door weerstand ? Natuurlijk. Het doel van elke spirituele organisatie is om de individuele mens van dienst te zijn. Wanneer die mens "de mensheid" wordt, een vaag en ver begrip dat losgeraakt is van het hier en nu, een abstractie die het bestaan van de organisatie moet rechtvaardigen, dan kan de tijd gekomen zijn om afscheid te nemen. In dankbaarheid voor wat je geleerd en ontvangen hebt.

Vraag je eens af wat er allemaal is komen kijken bij het organiseren van 12 jaar Eigentijds Festival. Wat het heeft gevraagd aan werk, discussie, teleurstelling, doorzetten, inspiratie verliezen en weer opzoeken, onderling botsen, richting zoeken, accepteren, doorpakken, tegen de wind in roeien, enz. enz. En als bij het lezen van de vorige zin de angst en moeheid je om het hart slaan, denk dan aan de gezichten van al die duizenden mensen die geweldige weekenden hebben gehad, het licht dat is doorgegeven, het plezier, de ontspanning, de verstilde momenten, de muziek. Aan de inspiratie en liefde die de medewerkers hebben mogen ontvangen en delen. Met een variant op "het kost een paar centen maar dan heb je ook wat": je verbinden met een spirituele organisatie kost je een stuk ego, maar dan ontvang en deel je ook wat.

Peter van Kan verzorgt op het festival, samen met violiste Talia Marcus en healer/dichteres Grace, een (vrijdag)avondprogramma met muziek, mystieke poëzie, mantrazang en healing.