Remedial yoga, een terugblik

Met plezier voldoe ik aan het verzoek van het bestuur om, ter gelegenheid van het 10 jarig bestaan van Stichting Wilzijn, in mijn geheugen te graven naar herinneringen die het vermelden waard zijn.

Het eerste wat boven komt, is het moment dat ik voelde ‘Wow, dit is fantastisch. Dit ga ik doen.’
Het was in Engeland in 1985. Ik las in een huis-aan-huis krantje een artikel over een vrouw met MS die aan yoga deed. Toen ik haar belde, werd ik uitgenodigd om mee te gaan naar haar wekelijkse yoga uurtje in een buurthuis. Het groepje strompelende cursisten en het ongezellige zaaltje boezemden me weinig vertrouwen in, maar eenmaal bezig was het een openbaring. Dit was totaal anders dan fysiotherapie en (rolstoel)sport.

Terug in Nederland informeerde ik of er zoiets als yoga voor gehandicapten bestond in Nederland. Nee dus. Juist toen ik besloot op zoek te gaan naar een docent die met me zou willen werken, kwam die naar me toe. Sally McCarter, God bless her soul, dacht al een tijdje ‘Ik zou wel eens met een gehandicapte willen werken.’ Na een jaar van intensieve samenwerking besloot ik een opleiding tot yogadocent te gaan volgen. Guido en Magda Lamot vonden mijn dwarslaesie geen bezwaar. Ik mocht zelfs halverwege instromen en nog geen twee jaar later had ik mijn diploma (tegenwoordig duurt een erkende opleiding vier jaar).

Intussen was ik al begonnen met een klein groepje mensen met een dwarslaesie les te geven. Dat sloeg aan, en daarom sprong ik, samen met een paar vrienden die ik erbij betrok, in het diepe: een weekend remedial yoga in het aangepaste vakantiepark Het Timmerholt. De directeur was zo enthousiast dat hij vergat om huur te vragen voor de prachtige eetzaal die we permanent mochten gebruiken. Waarschijnlijk ook de enige keer in de remedial yoga geschiedenis dat de deelnemers bediend werden door obers in pak.
Het weekend was zo’n daverend succes dat het geen twijfel leed dat er een vervolg zou komen. We hadden uiteraard geen idee dat ruim 20 jaar later dat vervolg nog steeds zou voortduren onder de naam Wilzijn.
Het Timmerholt bleef de locatie, zij het dat de yoga nu plaatsvond in een soort klaslokaal en het eten in de bungalows. Dierbare herinneringen:
De keer dat Jan Errit met een rolstoeler met hoge nood naar de bungalow ging om hem op het toilet te helpen. Onderweg zei deze kalm ’het is al te laat.’ En Jan Errit leerde zich niet druk te maken om wat je toch niet kunt veranderen.
De keer dat ik met de spastische Eduard alleen in de bungalow was en hij moest plassen. Ik trok hem op schoot om hem naar het toilet te rijden, maar ook hier ontbrak de tijd. Gierend van het lachen plaste hij op het tapijt, terwijl ik hem in de lucht hield teneinde mezelf droog te houden.
Dan die deelnemer die al 30 jaar per nacht nooit meer dan 3 of 4 moeizame uren sliep, en die na zijn eerste yogales 8 uur aan een stuk in diepe slaap was.
De kennismaking met Marian Brouwer, die mij voor een deelnemer aanzag en zich vertwijfeld afvroeg waar ze terecht was gekomen toen Jan Errit op mijn schoot ging zitten.
De man met hersenletsel, die steeds greep naar de bril van de wijkzuster die speciaal voor hem langskwam. Althans, zij dacht dat hij naar de bril in haar borstzakje greep. De vrouwelijke begeleiders wisten wel beter. Etty Mulder kan er nog om lachen.

Ondanks het succes van de weekenden en midweken, en ondanks het applaus als ik lezingen/demonstraties gaf, had niet één revalidatiecentrum de moed om yoga op te nemen in het revalidatie aanbod. Zelfs in 2010 is men niet verder gekomen dan hier of daar een ontspanningsgroepje op vrijwillige basis. Mijn trieste conclusie na dit een aantal jaren aangezien te hebben, was dat in de revalidatie het beschermen van de eigen beroepsgroepen voorrang heeft boven het belang van de revalidanten.
Waar wel interesse was en is voor de mogelijkheden die yoga mensen met een handicap biedt, zijn Activiteitencentra en yoga opleidingen. Vanuit onze gelederen is heel wat lesgegeven en gedemonstreerd in centra, en heel wat AC begeleiders waren vrijwilliger tijdens weekenden. Zelf gaf ik een aantal jaren bijscholing remedial yoga aan de Saswitha Opleiding. Tegenwoordig doet Ineke Visser dat, ook een Wilzijn oudgediende.

Van een ongeregeld vriendenclubje dat improviserend weekenden en midweken draaide, werd stichting Remedial Yoga Nederland – later Wilzijn - gaandeweg een goed draaiend vast team, dat per activiteit werd aangevuld met vrijwilligers. De drie meiden die het steeds meer van mij overnamen waren Eva Silvius, Sjoukje Hoekstra en de eerder genoemde Marian Brouwer. Tot aan haar overlijden in 2005 zorgde zij voor de administratie en de structuur. Ze trad niet veel of graag op de voorgrond, maar aan haar inzet danken heel veel remedial yogi’s hun bijzondere ervaringen tijdens de activiteiten, en in veel gevallen een belangrijke omwenteling in hun leven. De manier waarop Marian leefde met haar ziekte was indrukwekkend, en haar overlijden een zware slag voor ons persoonlijk en voor remedial yoga in Nederland. Maar mede dankzij Corrnelie Schoneveld en Willemengs Koelewijn bleef Wilzijn overeind en draaiend.

Mooi om te zien is hoe de tijden zijn veranderd. Eind jaren ’80 was yoga nog een randverschijnsel. Pogingen om subsidie te krijgen mislukten om die reden ( al zei men dat doorgaans niet hardop). Ik herinner me de voorzitter van een landelijk subsidiefonds van de Rabobank, tot wiens bureau ik was doorgedrongen: ‘Ik geloof u meteen dat het fantastisch is. Maar met yoga kan ik echt niet komen aanzetten.’ Vergelijk dat eens met nu. Tegenwoordig tel je niet meer mee als je niet aan yoga, meditatie of mindfulness doet.
Te weten dat de drie stichtingen die de remedial yogavlag droegen (Leela, Remedial Yoga en Wilzijn) daaraan substantieel hebben bijgedragen, stemt tevreden en vooral dankbaar. Daarom sluit ik af met een diep gevoeld en oorverdovend woord van dank aan alle makkers van het eerste uur, alle doorzetters en volhouders, de paar (eerlijk is eerlijk) mannen en de vele ijzersterke vrouwen die zich in al die jaren met veel liefde en zonder financiële vergoeding hebben ingezet.
Van niet-kunnen naar wel-zijn; het houdt nooit op.