Spirituele politiek

SPIRITUELE POLITIEK ! ?

Een steeds groter percentage van de Nederlandse bevolking rekent zich tot de ‘vrije spirituelen’ (om het maar een naam te geven). Het was dan ook te verwachten dat vroeg of laat een groep mensen zich zou buigen over de vraag of een spirituele benadering van de politiek ons land verder zou kunnen brengen.

Laten we bij het begin beginnen: ons democratische systeem. Door velen gezien als de enig juiste vorm van staatsinrichting. Na de val van de muur kwam Francis Fukuyama met zijn essay over ‘Het einde van de geschiedenis’. Ik doe de man onrecht, maar simplistisch weergegeven kwam het hierop neer: de liberale democratie had bewezen het beste politieke systeem te zijn en zou dat de rest van de geschiedenis blijven. Gezien alleen al het feit dat het voortbestaan van de mensheid bedreigt wordt door de aantasting van onze leefomgeving, waaraan juist die bejubelde liberale democratieën de grootste bijdrage hebben geleverd, is er alle aanleiding om vraagtekens te zetten bij deze vermeende suprematie. En om ons zelfs af te vragen of politiek op basis van spirituele principes wel mogelijk is binnen onze huidige democratie. Want wat is de zwakke plek van ons huidige politieke systeem ? Hoe kan het dat meerderheden een beleid wensen dat op langere termijn tegen het belang van dezelfde meerderheden (om over de minderheden nog maar te zwijgen) indruist ?

Het antwoord is simpel: de menselijke natuur. Onze neiging om korte termijn plezier/voordeel/genot voorrang te geven boven lange termijn wijsheid, uit zich blijkbaar zowel op microniveau (shit, weer teveel gegeten) als in ons stemgedrag. Als wij 30 jaar geleden het roer omgegooid hadden en ecologisch denken onderdeel hadden gemaakt van het economisch beleid, dan waren de kosten van behoud van de aarde als onze woonplaats aanzienlijk lager geweest dan ze nu zijn. Zowel in geld als in reeds vernietigde natuur. Dat het fout aan het lopen was, dat was toen al bekend en werd ook gezegd. Desondanks wogen bij verkiezingen een procent meer loon, vakantie in Spanje of een tweede auto blijkbaar zwaarder. Waren er 30 jaar geleden dan geen politici die beseften dat het zo niet door kon gaan ? Zeker wel. Maar die werden helemaal niet gekozen of niet in voldoende aantallen.

Ziedaar de achilleshiel van onze democratie. Politici zitten gevangen in een systeem dat korte termijn beleid in de hand werkt. Generaliserend gesproken is de kiezer niet in staat, of niet bereid, om over de eigen korte termijn behoefte heen te kijken. Voeg daarbij dat het eigen belang afwegen tegen het algemeen belang, emotioneel moeilijk is. (In menige, met hoge idealen gestarte leefgemeenschap is woedend gebekvecht over de vraag van wie de boormachine nu eigenlijk was) En ook nog dat onderwerpen vaak zo complex zijn, dat de kiezer in feite geen idee heeft hoe de eigen situatie past in een groter geheel. Het maakt alles bij elkaar dat wijsheid en rechtvaardigheid het in een democratie vaak afleggen tegen de behoefte aan zekerheid en economische vooruitgang.

Onwillekeurig moet men daarbij denken aan kinderen. Een kind beseft niet dat nu chips eten, straks dorst hebben betekent. Of dat nu veel junkfood eten, straks tot gevolg kan hebben dat klasgenoten je onaantrekkelijk dik vinden. Het verschil is: een kind heeft ouders. Die het, naar men mag hopen, eerst beschermen tegen de eigen impulsen en later geleidelijk aan leren ermee om te gaan.

Een andere analogie is die van de zoeker die de eerste schreden zet op het spirituele pad. In zijn enthousiasme meent hij geen leiding, geen leraar en al helemaal geen guru nodig te hebben. In zijn eigenwijsheid (hij spelt het als: eigen-wijsheid), en trots op de met 2 cursussen en 3 boeken verworven kennis, stort hij zich in een levenswijze waarvan hij niet beseft dat die helemaal niet bij zijn natuur past. Het verschil is: de zoeker zal met vallen en opstaan inderdaad wijs worden, bereid zijn van anderen te leren en de hemel geduldig te bestormen.

Het ziet er al met al dus niet best uit voor de democratie. De kiezer heeft geen ouders om hem tegen zijn impulsen te beschermen. Integendeel, hij heeft politici die zeggen: “Stem op mij want ik geef je je zin.” En zelfs als de individuele kiezer in de loop der jaren wijzer wordt, dan geldt dat nog niet voor het electoraat als geheel. Want de wijs geworden ‘lange termijn kiezer’ gaat dood en in zijn plaats komen nieuwe ‘impulskiezers’.

Je kent de uitspraak “Het enige dat we van de geschiedenis leren, is dat we niets van de geschiedenis leren.” Je zou willen dat het niet waar is, maar moet vrezen dat het wel zo is.Het is dan ook veelzeggend dat de politici die belangrijke veranderingen teweeg brachten, in hun land en in de wereld, dit vaak niet dankzij maar ondanks hun kiezers deden. Gandhi, Mandela, Gorbatchov, Churchill, Havel. Het rijtje is bekend. Mandela overlegde niet met het ANC bestuur voordat hij besloot te gaan onderhandelen met de blanke regering. En toen zijn achterban na zijn vrijlating via een burgeroorlog met chief Buthulezi wilde afrekenen, bleef Mandela tegen hun zin geduld bepleiten. Gandhi dwong zijn volk tot kalmte met een hongerstaking. Het is een verbijsterend sterk staaltje waar men allerlei goeds van kan zeggen, maar niet dat het democratisch is. Gorbatchov ging in tegen de wens van de (overigens zelf niet democratische) partij. Havel ging weliswaar uiteindelijk akkoord met de verdeling van Tjecho-Slowakije, maar hij deed dat niet zo snel als het volk wilde en wist het riskante proces daardoor in goede banen te leiden. Churchill had jaren tegen dovemansoren geroepen dat er met Hitler niet te onderhandelen viel en weigerde dat, tegen de wens van een groot deel van parlement en bevolking in, ook te doen toen Londen leed onder zware bombardementen.

Wat deze mensen gemeen hebben, ook met vrouwen die baanbrekend werk deden (ze zijn pas recent tot de politieke top doorgedrongen en staan om die reden nog niet in dit rijtje), is dat ze dankzij hun charisma zoveel krediet hadden dat zij de neiging tot korte termijn denken van de bevolking konden weerstaan. Hun uitstraling kocht a.h.w. de tijd die nodig was om te laten zien dat hun koers inderdaad de beste was. De tijd die, met alle respect, de Ruttes en Bossen in onze vaderlandse politiek nooit zullen krijgen.

Een ander punt van overeenkomst is dat deze spiritueel krachtige figuren op de voorgrond traden in roerige, zware omstandigheden. Blijkbaar zijn burgers dan pas bereid om algemeen lange termijn belang te laten prevaleren en leiding van en charismatisch persoon te aanvaarden. Dus is de vraag: Moeten wij, als we het hebben over spirituele politiek, niet beginnen met de huidige vorm van democratie ter discussie te stellen ? Politici beweren graag - de klant is koning nietwaar ? – dat de kiezer altijd gelijk heeft. Terwijl dat idee door de geschiedenis al vele malen is gelogenstraft. Als de belangrijke en noodzakelijke koerswendingen toch moeten komen van wijze mensen met charisma, en als die in een democratie alleen maar boven komen drijven in zware tijden, kunnen we ze dan niet beter nu gaan zoeken ? In plaats van wachten op die zware tijden ? Kunnen spirituele principes onze democratie een nieuwe impuls geven, of moeten we de twee als onverenigbaar beschouwen ? Teruggebracht naar het persoonlijke: in hoeverre mag je iemand tegen zijn zin in helpen toe doen of laten wat goed voor hem is ? Waar ligt de grens tussen verantwoordelijkheid en arrogantie ?